Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c 35 ) •

„ noch verkoopen, noch vermangelen, noch vef« maken. [De reden toonde ik boven uit de Wet„ ten] Hunne nakomelingen konden ze in eigendom nimmer bekomen, noch bij verfterfrecht: „ men erft geene ongeëigende goederen [toegedaan] „ De nagekomene Hervormden waren of van de„ zelfde Kerk, die eer de Geestelijke Goederen bes, zaten, [doch ik meende er geen bezitrecht was], „ of waren van dezelfde niet. In het eerde geval „ waren zij dan ook aan dezelfde Oneigendoms Wetten gebonden [toegeftaan, als er die Oneigen„ dom is]* In het laatfte hadden zij niet te voorde,, ren [wie verdaan de Verzoekers hierdoor zij?" Verdaan zij hierdoor de geheele Gereformeerde Natie,, of elk gereformeerd perfoon op zich zei ven, of de Geestelijke Bedienaars des Woords, de Predikanten, of de Armen en Behoeftigen onder den Volke, of enkel de 'jeugd, die uit die Fondfen zoude kunnen onderwezen worden ? Neem dit in wat zin gij wilt, het moet toch een zin hebben, dat, als de Hervormden, na de Reformatie,niet van de Roomfche Kerk waren, zij mets te vorderen haddenj want dan moet er uit volgen, dat die goederen , als zijnde geamortifeerd geweest, of wederkeeren tot de vernietigde Gedichten, (doch dit was ongerijmd, want die zijn er niet meer) of dat zij zonder aandeel der Hervormden, allen moeten toebehooren aan de Roomfchen. Maar dit laatde zoude ftrijden met hun eigen delling, dat het oneigen tot geen eigen kan gemaakt worden; en bijzondere Roomfchen hebben geen recht op de Geestelijken en hunne goederen; en nog meer drijden met onze Relling, dat geamtrtifeerde Goederen geen eigendom C a kun»

Sluiten