Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*o Dk WEDERGEVONDEN VADER ;

De heer tavernier, met een wanhopige grimlach.

Reoht zoo! zouden onze beulen de

ltreelendc warmte der menschlijkheid tot hunne ijskoude wraakzugtige zielen toegang laaten vinden! onmooglijk! nooit veran-»

dert de tijger zijnen aart! Trecour!—-

wij wijten u niets; maar geef ons fiegts het onnozel vermaak, ons te zeggen, waarom

men ons van fpelonk doet veranderen?

wat kan dit fchaden ?

T Et e cour, de fchouders ophalende.

Vergeef het mij, dat ik aan uwlieder

nieuwsgierigheid niet kan voldoen. ■ Ik

ben maar een arme Cipiei sknegt, die niets mag weeten, noch zich met iets bemoeijen, Hoe, gij weet, dat zelfs geen burger, hoe aanzienlijk hij ook zij, zich met Staatszaaken mag inlaaten; dat hij maar een fchepfel is, dat het zich moet laaten welgevallen , hoe men met hem leeft, zonder daar tegen zijnen mond te mogen opdoen;-— en ik zou mij ... . neen, neen, Heeren! — ik begeer niet voor mijnen tijd den nek gebrooken te worden.

De

Sluiten