is toegevoegd aan uw favorieten.

De jaloersche vrouw, blyspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L Y S P E L. 11-7

EUGENIA.

[Ik zal wel zwygen zo 'k Mama flechts wederkryg.

CLEMENTIA. IEn ik, rampzaalge, die, in weinige oogenblikken, U zo veel leeds verwekte, en voor 't gevolg moet fchrik6 Myn Befchermer ! ik val u te voet, en üneek ^ 'en' Van u een laatfte gunst.

DORSAN. Rys op, myn Kind, en fpreek Vryuir, wees niet befchroomd.

CLEMENTIA.

Toen ik, ontbloot van vrinden, Door 't lot genoodzaakt wierd uhierte komeu vinden, Kon ik niet denken dat ik, al uw gunst ten loon, y zou doen deelen in den rampfpoed, my gewoon. Ik kom hier pas of gy ziet u vervolgen, plaagen: Ik moet de fchandlykfte belediging verdraagen. Gy word befchuldigd van geheim verftand met my: , 'k Dacht nooit het doel te zyn van bittre jaloezy. (ven . •k Verdroeg den hoon: dit kon ik doenfk heb niets misdreMaar, ik beken het, 'k voel dat my 't gevaar doet beeven. ,Die naare kerker, tot verblyf my toegefchikt, Verwekt een denkbeeld in myn hart, waarvóór het fchrikt.

DORSAN, aandoenelyk. Hoe! kunt gy denken dat ik ooit u zou verhaten?

CLEMENTIA. (ten.

Neen-, maar bedroef geen1 mensch; do e u van niemand haaH3 Red