Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16 DE NEGERS,

john, tegen Paul. Hoedanig hebt gy de flaaven aan den arbeid verdetki ?

PAUL.

Eenigen werpen de koffy in den ptetmolen, anderen werpen kakao in den kerel om tekuken;de kinderen wieden het onkruid van tusfchen de boom wollïruiken.

/ john.

Goed; maar de fuiker?

FAULi

Ik heb den ouden Benno den rug laten afdropen, en zout en Spaanfche peper daarin doen flrooijen.

john.

Waarom ?

PAUL.

Omdat de eerfte ketel te weinig vuur badt, en de tweede te veel.

john.

Die boofwigt! Waarom hebt gy niet bevolen hem op te winden? dan hadt by het beter gevoeld.

PA U L.

Dat was niet nodig: de gloed, waarby hy altoos zweet, heef hem zodanig ui'gedroogd, dat de huid van de beenderen zo gemaklyk losgaat, ali de fchaal van eene korf, boon.

QVilliam /laat het boek hevig digt, Zyn aangezicht gloeit van gramfchap.)

JOHN,

Sluiten