Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GODSDIENSTIG SCHOUWSPEL. ï$

Der Zon, en giet den regen uit. Hij geeft in beemden en valleien,

Aan graan en plantgewas den groei. Hij doet de bronnen Zig verfpreien,

Hij kleurt de bloemen in heur bloei; 't Gcdicrt, verfpreid in alle hoeken,

't Zij woest en wreed, 't zij tam en goedj Daar ze onderfcheiden voedfel zoeken,

Zien daaglijks zig door God gevoed. — 't Is God alleen die t' allen (tonden

De gouden Zon en züv'ren Maan, Aan vaste wetten heeft verbonden ' Hen onder en wc£r op doet gaan. — Hij fchiep den mensch, en gaf hem de aarde.,

Hij bond dien wonderbaaren band, Die geest en (tof te zamen paarde,

En leidt hem nog als bij de hand Zie dit, mijn kind! al 's waerelds wonder,

Leide u tot Hem, die 't al bewaakt, Van wien 't al voortkomt, wat gij ouder

Of boven de aarde ziet gemaakt. Zo leide u God; —•

SARA.

God win* hem leiden.

IZAAC.

God leidt mij, Vader, Moeder! 'k ben Op 't hoogst verblijd, niets kan mij fchciden.

Van Hem, dien ik dus eer en ken: Als die aanwezig is, waaragtig,

Zo waarlijk als ik leeve ook leeft; —-

15 .3 J<k Gs-

Sluiten