Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eerste Bedryf. 233

rolina op eene armeiyke legerftede . . . misfchien op ftraat . . . langzaam van honger ftervende! . . . Uit uwe natbekretene, verwilderde, ingezonken, oogen haalde ik myne kragt, en terwyl ik my verbeeldde u met eene doodfche hand een beete broods ter laatfte onderfteuning te zien ontvangen, vond ik my gefterkt om het zelve te vraagen. . . . Helaas! ik dagt my daar toe gefterkt, maar ik bedroog my. ... Ik zag een man met alle tekenen van welvaart in zyn' voorhuis flaan; ik befloot naar hem toe te treeden, en hem te zeggen, dat hy een mensch , die op 't punt was van door gebrek te bezwyken, van den dood redden konde. ... De woorden kwamen tot aan myn tong, daar verflikten zy . . . verflikten zy in eene onweérftaanbaare grilling . . . myne tong hadt zig nooit tot bedelen vernederd . . . myn arm, alleen gewend den degen met eer te voeren, weigerde zig tot eene aalmoes uit te ftrekken. ... Het voorkomen van geluk by dezen man floeg my ook ter neder; misfchien zoude ik eenen armen hebben durven vraagen. . . . Doch ik weet het niet; ik was al eenige huizen voorby, eer ik het onderfcheiden gevoel van „ Ik kan niet!" in my ontwaar wierd. ... Die gewaarwording verwekte zelf - befchuldiging j ... O myne Waarde! Ik moest, ik kan,u die zielftryden niet melden. Gelyk de eene donderwolk regen de andere (lort, en met een akelig geklater breekt, en zig herflelt, zo wierdt myn binnenfle geprangd , gefchokt, verfcheurd, en zo herfl?lde zig het gevoel om my op nieuws te martelen.

Karolina.

Hoe kan een enkelde onbedagte ftap ons in een a& P 5 grond

Sluiten