Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE BEDRIJF, I ToOtl. 2.$

lukkig fchepzel, en mijne traanen bevochtigden het kind mijner ellende. Met zorg verfchool ik het zelve tien dagen lang, en ik verpijnde mij al dien tijd om ten minfte de gewoone 'uuren bij mijne moeder door te brengen.... Maar Hemel! met welke angften worftelde ik in mijne eenzaamheid.... Ieder fchreeuw van den rampzaligen zuigeling was een dolkfteek door mijn hart. -—Dan degoedertierene Natuur,barmhartiger jegens mijn kind dan ik zelve, verfchafte mij het middel, om dat gekerm te ftillen. Mijne moeder betuigde mij eindelijk gister avond, de avond voor den gruwelijkcn nacht van mijn misdrijf, dat zij de ftem van een fchreijend wicht gehoord hadt. Ik ontkende het. — Maar op mijne kamer te rug gekeerd, greep mij de felfte woede en wanhoop aan. Ik trad na de fchuilplaats van het ongelukkig wicht. Schepzel tot ongeluk tot fchande gebooren, riep ik uit... Uw dood is uw, is mijn geluk... Ach daarop verfchoon mij, Conftantia, dat ik u dien gruuwzaamen flap niet 13 5 ver-

Sluiten