Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44 DE ZWAARHOOFD,

CHARLOTTE.

Indien Dodor het volgens zijne waarnecmingen een klein quartier over half elf uure voor mij niet fchadeüjk vondt in dit vertrek met mijne Moeder eenige oogenblikken alleen te fpreeken , zou ik het guzelfchap van zijn weledele zeer wel zonder eenige fmert kunnen misfen.

ferdinand langzaam opftaande.

Laat ons maar gaan , mijne vrienden ! Laat de moeder en dochter maar fpottcn met het droevig lot van mij e-n mijnen lieven zoon. Ach Wilhelmina, onzen Willem...

W ILHELMIN a.

Verwacht ik, ondanks al dc betuigingen van den Heer van Grofchenburg, binnen weinige dagen, in onze armen.

Brandheim maakt verfcheiden' pedante pligtpteecingen, ven Grojchenburg maakt een norfch compliment, en Ferdinand vertrekt met eenen diepen wicht uitboezemende: Ach mijn zoon, mijn zoon!

Z:j gaan door de Portebrifé.

ZES-

Sluiten