Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OEFENINGEN. 23

Een zeer klein gedeelte onder bruinen fyroop vermengd wordende,verandert het denzelven in blanke fyroop, die voor broodfuiker djenftig is.

Door de mineraale zuuren wordt het Suikerzuur opgenomen: edoch kan het door gepaste handgreepen weder in kriftallen van dezelven worden gefcheiden: echter moeten de zuuren dan niet geconcentreerd zijn. Dit heeft ook plaats met het azijnzuur, en met het citroenzuur, fchoon zij fterk geconcentreerd zijn.

Na de uiterfte ontleeding des Suikerzuurs , door middel van het openlijk aan de werking des vuurs bloot te ftellen, laat het geene kool te rug: en deszelfs innerlijke verbinding is zoo vast, dat het eerst door herhaalde bewerkingen als van dien band los. gerukt wordt (22). Ook kan het in zijne beftaandeelen ontleed worden door eene kooking in vitriool - of falpeterzuur; en het blijkt, ingevolge de proeven van westrumb, dat deeze beftaandeelen azijnzuur en phlogifton zijn (23).

V.

oppervlakte te toonen.j— Dit laatfte gelukte echters er g-

man», /. C. 5. 2. F.

(22) Bergmann heeft dit volkoomen beweezen ; zie zijne aangehaalde verhandeling, §. 2. ■■ < Ik heb nochtans in die bewerking geen kriftallifeervogt opgevangen, 't welke door de indruiping van kalkwater toonde, dat het geen Suikerzuur bevatte.

(23) In 't aangehaalde werk. Zie ook crell's Annalen, 15. 1. p. 540. Helmft. u. Leipz- 1785. als mede 't eerfte ltuk van 1787. f. 53-

B 4

Sluiten