Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 29

zich zei ven, voor myn geheel leven heeft ongelukkig gemaakt. — Myn geliefde voegde zoo veel braafheid als mannelyk fchoon te zaamen , en hy was, immers voor my, te bekoorelyk om ongevoelig voor zyne deugden te blyven; echter fmoorde ik een geruimen tyd mynen verborgen hartstocht in myuejj boezem, en poogde denzelven te overwinnen.

MARIANE.

Helaas! de liefde laat zich, in een nieuw hart, niet gereedelyk ten onder brengen!

S OPHI A.

Ach !ik zoude moogelyk myn ongelukkige neiging hebben ten ondergebragt, indien ik den dierbaaren minder hadt gezien; doch, daar hy dagelyks by mynen broeder op de kamer kwam om te zaamen zich in de muzyk te oetfenen, wierdt ik fchier onwillig naar hem als toegedreeven, en dan bleef myn oog onbeweegelyk aan den lieven jongeling hangen, en myne ziel leed onuitfpreekelyk veel,

MARIANE.

Waarom verzachtte hy uw lyden niet?

SOPHIA.

Dit was boven zyn vermoogen ; zyn hart was niet meer vry; hy konde my niet weder beminnen.

MARIANE,

Hoe weet gy dit?... heeft hy het u zelf ontdekt? dit zoude zeer edel in hem geweest zyn.

Sluiten