Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 9 >

hoe roemrijk zullen onze zielen door alle de volmaakte geesten , in gindfche onzichtbaare wee» reld, ontvangen worden! — Met welk eene god^ lijke, en voor ons onnadenkelijke praal en ftaatfij, zullen zij eene ziel, welke geduurende haar verblijf in haar fterflijk bekleedfeï, tot eenen behoorelijken trap van volkomenheid is opgeklommen, te gemoete gaan! — hoe zullen zij dezelve met hunnen geestlijken, en van alle gebreken gansch zuiveren en heiligen omgang verwaardigen! - hoe zullen zij zich beijveren, om haarc nog onvolkomen he* grippen van de grootheid en heiligheid hunnes oneindigen Beheerfchers, fteeds meer te vergrooten en uittebreiden!

Wat blijft er dan nog overig, o dood! gij grouwzaame, en van alle zinlijkdenkenden zoozeer gevreesde vorst der verderving! — wat blijft er nog overig, dat wij van u te wachten zouden her> ben; daar gij alleenlijk, door uw nietsverfchoonend geweld, ons ligchaam,dat buiten dit reeds in zichzelven levenloos is , tot zijne eerfte beftanddeelen kunt doen wederkeeren ? •— Welke is uW prikkel, waar mede gij de harten der geenen, die uit al hunne magt u poogen te ontvlieden, doorwondt? — Voor verftandigdenken.de menfchen,

Sluiten