is toegevoegd aan uw favorieten.

Fabelen en vertelsels.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KROKODIL EN DE STEUR.

Twee lieve kinderen vermaakten zich een wyl, Aan d'oever van den vruchtbren Nyl, 3Vfec platte, ronde, ligte en fcherpgekantte keijen Langs de oppervlakte van den vloed te laten glyên;

Wanneer, op 't onverwagtfle, een krokodil verfcheen, Van even onder 't nat, die 't eene ftraks behapte,

> 't Welk fchreeuwde, en aanflonds in zyn diepe keel verdween, Terwyl hem 't andre, dat zyn' vrind behuilde, ontfnapte. Een braave, eerwaarde fleur, getuige van dien moord, Verwydert zich met fchrik; ja, hy verbergt zich voort In 't diepst van 't water; maar hy hoort Het ftrafbaar wangedrocht, al kermend', zuchten lozen: Dit monster, zegt hy , voelt reeds wroeging in 't gemoed:

Voorzienigheid! gy ftraft doorgaans de boozen, En wreekt welde onfchuld; maar waarom haar niet behoed? JPï6S fnoodaartfchynt,voor't minst, om 'tmisdryffmarttc kweken:

Dit