Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i33 VIERDE GESPREK.

VADER.

Geenzins, men kan hunne verfpreiding door verfcheide deelen der waereld zien uit 't x Hoofdfiuk van Genefis. Het zelve moet men als een gedenkftuk, merkwaardig wegens dcszelfs oudheid aanmerken. Het komt voor als in een tusfchenrede, en ftrekt zich eenige eeuwen ver uit: zo dat 't ix met 't xi Hoofd/luk van Genefis in verband ftaat. noachs kinderen trokken eenigen tyd na den zondvloed verder oostwaards naar~ een land Sinear genaamd. Dit land was niet bergachtig, maar vlak, gefchikt niet alleen tot den "landbouw, maar ook tot 't jagen en de veehoedery. Hier waren zy bedacht om een ftad te bouwen, waar in een tooren was, wiens opperfte tot den wolkenhemel reikte.

MIETJE. Waar toe moest zulk een' hoogen tooren dienen?

VADER. Zommige denken om een tweeden zondvloed te ontkomen; doch dit is niet waarfchynlyk, vermits Mozes eene andere reden opgeeft Gen.

xv. 4.

Sluiten