Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELFDE GESPREK.

149

honderd yzere wagens (*) beladen met raanfchap op Israël afkwam, werd 't volk bevreest en riepen ootmoedig tot God om verlosfing, en de Heere hoorde en redde.

MIETJE.

Van waar kwam die redding ?

VADER.

'Er woonde op 't gebergte Ëphraims eene braave en kloekmoedige vrouw, die een Prophetesfe was, genaamd debora, deze had kennis aan zekeren barak in de ftam van naphtali; zy zond om hem, deze nam een leger van tien duizend man uit de ftammen Zebulon en Naphtali, tegen dezen leverde sisera flag, doch

kreeg

(*) Yzere wagens waren geen wagens geheel van yzer; maar dus genaamd, om dat zy aan beide zyden yzere feisfen of mesfen hadden aan de raderen, met welke men door 't voetvolk rydende, eene groote flagting kon aanrichten. Het volk op deze wagens zittende, werden ruiters genaamd.

K 3

Sluiten