is toegevoegd aan uw favorieten.

Janus verrezen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C "4 )

j ' ó Gij, flapenden! ontwaakt! — Rijst op, zorglooteiïf gy rat opden randdes ' afgronds' — uwe wakende benijders, — uwe geveinsde wachters, — maken " u eene prooi hunner heb - en heerschzucht — reeds prangen hunne boeien en " ketenen-aan vee ten uwer— ontwaakt!—, ftaat op uit den flaap der zorgloosheid — " nog is het tijd, — aarzelt niet of het is te laat; om Gods wil, — om uw " zelfs — om der uwen wil ontwaakt en- wordt vrij en gelukkig!!! " " Eene algemeens beweging gefchiedde op deze wekftem. — Een Goddelijk licht fcfooot uit den Hemel, — de nu- gewekcen veröenigden zich, en verlosten hunne re&is geboeide medebroeders De;Engelen daalden neder, — de boozen en lisnigen ploften , als door den blikfem-getroffen, in het ftof — het Heelal juichte _ -waare broederliefde en vrijheid, dartelden nu onder het menschdom. — Mijn Geleider en Ik klapten in de handen, — zoo fterk dat ik er van ontwaakte!!! — ö jahus! Ik wensch dat wij dien heugel ijken morgenftond ras zien glooren.

VMW*»-R*»bur6 U W «w hoogachtend* Vriend.

1<* J'üly I/9S- O E OVERZEESCHE BABILOKlëR.

A N T 'W O O R D.

Onder al de droomersv die. gij in uw' flaap-gezien hebt, zijt gij zekerlijk de ?waarmocdigfte van allen geweest. Wal foei! is dat droomen? — En wanneer pii dit va» zuiver Hollandsch bier krijgt, wat zal u dan overkomen, wanneer. |ij eens bij tijd en wijle in de gelegenheid komt om ale of porter te gebruth

^HooTeens' — van Nachtwandelaaragefproken! — Opmijrrereizehebikereen' aaneetroffen, die^ al uw droomers in- gevaarlijke fiaapwandelingen verr' overtreft. Tleze korte anecdoteznl misfchien tot antwoord op uw' brief kunnen dienen. Ik heb oo mijne reize een- fchrikbaiende». Nachtwandelaar gezien. Hij had de gewoonte om alle nachten boven oP het. dakvar, zijn huis te klimmen1, en dan ver-Toleens op den gek van zijn fchoorfteeo te gaan zitten. Ik heb hem zelf die lTll,mc eXpedkiebi) lichte maan-zien verrichten; het woei verfchnkkel.jk en ik f«hem zoo vreeslijk met den gefc ronddraaien , daomij het hart van angst wegLlmv • terwijl hij — ond^turfohen:daaï-zoogenist-zijnpiipvdi&humeegenorn.en. ÏÏVatiiUterooken, ais of Mj in een? leimingftoel zat. Hij zelf heete Baytni doch zijn- broeder .rolijke'Aaw genaamd;, verzegde mij ( zoo dra hy zag dat fk ontftelde) dat er- geen. gevaar bij was om dat hfj fiiep, en dit a droomde gewoon was geworden. Maat indien gij hem nu wateëer maaktet, (zei hij) ben ik verzeker* dat hij hals* en beenom breken-zou.

Daarom' wil üfc maan zeggen.,. T»! — Wat wilde'ik' daar ook ^fl\7l..

Ver.