is toegevoegd aan uw favorieten.

Janus verrezen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op dit Eiland, 'ieder man'zijne eigen vróuw niet?' Is het huwlijk hier niet

IM*ndr?"*-»a id — Siein ooS — 1 rad sd ;. • •

zij. Niemand heeft hier iets voor zich alleen, dan... gij. Wij ieven alléi* voor' elkander, en- alles is voor allen.

■ tk. Met'de'hoófcscrflögélljke gelijkheid, en de uitgeftrektfte algemeenheid van goederen, begrip ik echter, dat er verfcheiden zaaken het hijzonder eigendom van ieder afzonderlijk zijn moet. Als bij vooibeeld — mijn Neus, mijn oogen', mijrf ouren-, ehz. behoor ik toch wel buiten die algemeene gemeenfehap te houden. "

n zij'. Dit begrijp ik1 niet. Van de woorden huwlijk, eigendom en gemeenfehap. van,goederen hebt gij mij de beteekënis nog niet geleerd. —<' [Ik gaf- baar een uitlegging van al die woorden.] zij. Ik begrijp, dat mijn neus, mijn monden ooren, ja mijn geheele lichaam beter mijn eigen blijft, wanneer ik geen verbindtenis aanga, om het met iemand in gemeenfehap te bezitten , dan wanneer ik dat alles, dooreenë 'overeenkomst; die gij huwlijk noemt., ten minfte voor de helft aan een ander affta. Echter dunkt'roij nu (na?r al het geen gij mij verhaalt) moet er iets verhevens in zijn, iets, 't geen ons onBekend is — om zich uit (ik weet niet) welk gevoel, zonder naberouw, weg te fchenken aan iemand.... die...

[Hiér begon het gefprek, gelijk mijn lezer wel kan nagaan, zeer levendig te worden. — Laat ik bier zijn oogen liever een weinig ter zijde afleiden, en naar 't overige gedeelte van 't Eiland wettden'1. j1 Ik kan niet ontkennen, dat, zederd mijne ingenomenheid voor Penitente, de zeden der inwoners zich eenigzins verbasterden. In de harten der vrouwen had «ich de' afgunst zeer behendig weten ihtedringen, en Penitente was er het voorwerp van. Haare moeder, zusters en broeders keurden het gedrag der andere vrouwen af. Volgens de zeden van 't land (waar van mijn lezer nu onderricht is ) begrijpt hij, dat het hier zeer moeielijk te bepalen is, wie eigentlijk vaders ziijn. Daar over had men zich hier ook nog nimmer bekreund. Men vergenoegde zich, in dat opzicht, met den troost van Figatb: ,, On eji toujoursl'enfant de quelstt'MMl_i." Doch nu begon iedër, die eenige kansfeheen te hebben, om vader van Penitente te kunnen za'jn, zich op die mogelijkheid al vrij wat te laatenvoorftaan. — Penitente hééft zich de houding van ingetogenheid eigen gemaakt; zins ik baar de betekenis van het woord Wanvoeglijkheid geleerd heb. Ik heb haar verhaald dat deze kunstdeugd was — eene ftille overeenkomst van menfchen met menfchen, om de eene of andere zaak (zoo als men dat noemt) uit welftaanshalve te houden , als niet gefchikt, om in't openbaar befchouwd berede-! neerd , gedaan enz. te worden, behoudens'liogth'acs het recht aan de beide Contractanten, om, in tijden van nood, van deze onderlinge conventie te mogen-afgaan; — Onder deze zaaken behooren — zich'in 't publiek te verfeboonen, zijn ... te krabben en meerandere zaaken,die zelfste wanvoeglijkzijn om zonder - omfchpijving' te noemen.---'t Zalnüniet lang duüren, of mijn Penitente zal, uit zeker