Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C «40 )

beginne fcheenen zij resr met hunnen nieuwen rang ingenomen te zijn, en door hunne mede ingezetenen, met een oog van afgunst befchoujrd te worden: 't E«n en ander verwekte oneenigheden, ten tijde, dat ik den troon van BollaIdid beklom; doch door eene driejaarige gewoonte is dit vuur geheel uiigebiuscht. Alles is innerlijk (bet uiterlijke grijpt nog ftand) weder op den zelfden voet gebracht; en de Vorflin Penitente verveelt zich met haar' Gemaal, dermate, in het Vorftelijk Paleis, dat men er zich geen denkbeeld van maken kan. -— Ik heb, als Wetgever nog al een Cerpus Juris HollaW.ani ontworpen en ingevoerd; maar dat tot niets nut is:.want dagelijks worden de wetten overtreden, zonder dat daarom de een den ander In Rechten vervolgt. De reden is duidelijk: — Zij zijn zoo dom in deze zaaken (hoewel zij anders meteen zeer gezond verftand begüaft zijn) dat zij geen begrip van particulieren eigendom, bezitrecht enz. nog minder van koop en verkoop, huur en verhuur, ruilirg enz., noch van alle de ander mtii acquirendi hebben. Even nutteloos zijn de Rechters, welke ik in de bijzondere Dittriüen heb aangefteld. Echter zijn er tien huwlijken, in den tijd mijner regeering*voltrokken: doch daar gaat het even mede, als met de eigendommen , die door fommigen verkregen zijn. — Een dezer verbonden perfoonen is een broeder van Penitente, welke den post van geheimen Raad, aan. 't Hof bekleedt. — Hij trouwde, volgens zijne uitrekening met een zijner volle nichten van moeders zijde: meer uit nieuwsgierigheid, dan om eenige anders beweegreden, entameerde hij een Proces van disolutie tegens zijne huisvrouw, era dagvaarde haar voor het Koninglijk gerichtshof. Meer dan twintig getuigen verklaarde haar fchuldig aan adulterie'. zij zelfs ontkende bet niet: de band des HuwJ lijks wierd, bij vonnisfe van 't Gerichtshof, verklaard, te zijn verbroken; e© heden leven zij weêr; doch op dezelfde wijs, als van te voren, met elkander.

Zegt mij toch eens — Numa Pompillusfen Lycurgusfen , Jusiinitnusjen en mee» anderen t — Wat is er met zulk een Eiland te doen? —

Onder het fchrijven, merk ik, dat ik daar een* fprong van ten minften driejaar doe. — Doch de gefchiedenis van mijn Koningwording is kort en niet zeer interresjant. Niets buitengemeens beeft er bij plaats gehad: want toen de zaraenjweering van de familie van Penitente, op hunne wijze gewapend, mij gekroond naar het Paleis begeleidde; — was er niemand,, welke zich tegen deze daad verzettede; Ook zou mijn Ambasfadeurfchap van de zon , alleen genoegzaam geweest zijn, om mij in 't bereiken van mijn oogmerk te begunftigen; en 't Is ligt te begrijpen, dat zij, daar zij mij als eene Godheid befchouwd hadden, den saam van Koning niet zouden betwisten.

Vervolgens maakte ik Amptenaars meer dan er nodig waren, Hofmeesters, Ka-' Bierbewaarders, voornamelijk Secretarisfen en Glerken, bij de vleet: meteen ■woord alles, in 't klein, leut commt chesneuu

Sluiten