is toegevoegd aan uw favorieten.

Janus verrezen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C «20 >

Thans vermaken wij ons weder in de befchollwing van een' ingevallen en uit zijn hoogte nedergeftorten toren. Wij meenen in de ruïne» van denzelven te kunnen ontdekken dat die fchijnbaar ongelukkige ucderploffing en inftortine in plaats van (zoo als het zich in het eerst liet aanzien) in ons nadeel te ziin' veeleer een gunftig voorteken is van..onze aanftaaede verheffing? — Én êUl manier van de zaaken. te befchouwen en in ons voordeel uitteleggen, is zoo geheel ongegrond niet, als men veeUigt wel denken zou. —

„.Indien (zeggen wij) dit tosval waarlijk zoorampfpoedig en ongelukkig voor „ onzen fpeculatiehandel ware, als fommige gapers («; ons al hakkelend^ en

„ op den toon van iemand, die niet vast in zijn fchoentn ftaat, verzekeren • „ dan zouden 10. onze aartsvijanden wel barder blazen en uitproesten dan aii „ nu doen: en ao. de gapers zelve, zouden van het fijne van de mis, wel iets „ meer weten. - Er moet derhalve iets achter fchuilen, en het kan dus niet „ misfen, of de rechte aap zal nu nog eerst, peur la ehture du theatrt, uit de „ mouw moeten fpnngen. _ Hoedanig echter die olijke aap zijn zal, en of „ wij hem van voren of van achteren te verwachten hebben, weten wil even „ mn als de overigen. - Maar wij willen hoopen (dit woord is in onzen mond „ beftorven) dat het een aap met een'langen ftaart zijn zal, wicn men het aan „ zijn gezicht niet aan zou zeggen, dat er zoo veel achter ftak' " ——.

_ Zoo verr' hebben wij het nog nimmer gebracht:— want nu mogen de dingen uitvallen, zoo als zij zelve willen; het kan toch nimmer zoo fcheef of fchotsch zijn, of wij wenfchen ons zeiven geluk met den gewenschten uitflag — Wii hebben daarom ook een vast befluit genomen,om ons nergens over te bekreunen en onze handen van alles aftetrekken, in naarvolging van onze beknelde broeders van r r u t t e l r i a c h e n , die thans (gelijk wij vernemen ) in 't zekere onderncht zijn, dat alles reeds .in volle gereedheid is., te weten bij ftukken en brokken , die niets meer behoeven, dan bijeengebracht te worden, om een volledie geheel opteleveren. — 't Geen ons echter eenigermaate allarmeert, fchoon het op de keeper befchouwd, maar eene kleinigheid is — beftaat hier in, dat de redderaars van onze gefequejlreerde en defoiaate boedels het faamen even zoo eens zijn , als de gecommitteerden tot de zaaken van de Coloniên in de Maan, welke thans gtadminlftrecrd wordtn voor rekening van de gebroeders SLoror' en ha alweer.' — Maar, dan is het ook nog maar verdeeldheid tegen verdeeldheid : — en .wie weet of niet uit de conjunBie van die beiden een wenfchelijke eendracht geboren wordt. Men weet toch dat het in deze door en door wonderlijke tij. den, niet meer tot de orde der dingen behoort, dat de kinderen naar hunne

ou-

(o) Een foort van menfchen, die nog niet van hunne eerfte verbaaing bekomen zijn; naai uhcer i&et den grooten hcop aeeTchreeuwen: „ au is de a.iak g«zoiid: " .