Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 347 )

fernkieufe beftelling door de andere verdringen; terwijl de orjgebluschte vlam van den eenen fteeg op den anderen overfloeg, en niets anders voorzien deed 'dan dat de brand en ruïnijatu algemeen worden zou. '

Wat zouden wij doen? - IJier met handen breken konden wij niet; eenmond, als een kalkoven, opzetten, wilden wij niet; ook zou dat zoo ver. geeffch als onvoorzichtig geweest zijn. Dood ftil te zwijgen, konden wii evenwel - vooral uit hoofde van ons fnapachtig humeur - ook niet over ons verkrijger,: dat zou te veel gevergd geweest zijn; Wij kozen dan dê partij om de ergfte onder die Commüfic van en tnnullatie - die de verwarring tot 'n<£

grooter ongeluk, nog fcbreeuwender poogden temaken, als zelfs vSsenahrt fyfiema nodig was, aan defteegbewooners van ons Vaderlaad, van allerhande cou leuren - ,n hunne waare gedaante - dat is - als baare duivels XkSStm' en daar in hadden wij het grootfte gelijk van de waereld. — Be mlhkii!^. wooners zelve, trachteden wij zoo veel in or.s klein vermogen was tot een ftemmigheul en geduld aantemaanen: dat was loffelijk. Wielden ieder een doen begrijpen, dat men zich naar den tijd fchikken moet als deze ^ tZJï? lijk genoeg is, om zich naar ons te fchikken: dat wa var dennLnƒ ; maken. Wij begrep.n, dat bet geen zonde was, wann« h Jzt eens Set rS te pas kwam , met een verrdonken kalf te sollen , wel weetendl a\ l u 3 daardoor , Eeen leed wierd aangedaan. Wij deeden f ha.Ü. *' h" beeSt' en elk toch heeft de zijne) /wat wij To! den omilf de oLl^T" ^' waarin nog meerdere kalveren gevaar liepen te verdrinken «£™Pte pU"Cn' was zeker braaf van ons gehandeld. Luktef dit nie?■• enSm l^J^ hals over kop, de overhand; dan wierd bet zolle! wéde? on* JÏJ? verdrijf. Enfin 1 - wilden de menfchen niet beter noch wümlïÏT* 5* zochten wi hen toch vrolijker en opgeruimder te makerï 'Zlïï Worden: da" nog al gelukt is. Eindelijk (om »S, TVerZwljgeïdat wTte^"" dig oordeelen ) eindelijk — zochten wij het eoedé „ ïf Z'Hen' no' fcho.en lag, op hoop, dat het in het yïrvêgmij^l^»" ™' floegen een vrolijk oog in het toekomende: dat wat troSS ik ÏÏ, k' pj cb Hartelijk nogthans wenfcben wij, dat dit laatfte niet 2 !! ï1. 6 ?Pbeurend°. dronken kalveren beboerende, »1 aangeme kt Serf w Z°"en met vet' fchen, wier zaak het is, er overdenkenf Tw,7fï~■ WanJneer al,e mendan houden wij ons vifi'een zoo JiZl^kiÜeb ^ "'V^

van den verwarden klis, goed garen te fpïïnW«l& * * ^ " ZOnder d«»

Vv %

Sluiten