Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ii Samenspr.) JONGE HEEREN EN JUFFEREN, 27

Euphros. Gy zult best weeten, Cleonicus, wat in de Natuurlyke Historie der Paarden verder merkwaardig is. Dus wil ik u de behandeling der zaaken gaarne overlaaten. Wanneer ik egter eenige vraagen voorstelde , zoude de eerste zyn, wat jaaren de Paarden wel bereiken.

Cleon. De leeftyd der Paarden is, even als die van alle andere soorten van dieren, evenredig aan den tyd van hunnen groei. De mensch, die zelden voor de veertien jaaren zynen vollen groei heeft, kan zes- of zevenmaal zo lang, dat is 90 of 100 jaaren leeven; het Paard, het welk maar vier jaaren blyft groeijen, kan zes- of zevenmaal zo lang! dat is 25 of 30 jaaren leeven. De voorbeelden , welke uitzonderingen zyn op deezen regel, zyn zo zeldzaam dat men 'er naauwlyks eenig gevolg uit trekken kan; en gelyk de grove Paarden eer volwassen zyn dan de syne, zo leeven zy ook korter, en zyn reeds oud, wanneer zy ■vyftien jaaren bereikt hebben. Ik kan hier nog byvoegen dat zy tot de veertien of vyftien jaaren, en de sterksten zelden langer dan tot de agttien jaaren, voortteelen. Men heeft egter ook wel Paarden gevonden, die, mids zy van jongs af wel behandeld waren, tot hun twintigste jaar, en zelfs langer, met veulen raakten.

Euphros. Hebt gy ook eenige byzondere aanmerkingen wegens het grinneken der Paarden by te brengen , cleonicus ¥

Cleon. Gy doet zeer wel, Zuster, dat gy my dat stuk in gedagten brengt. De Ruinen en Meniën, die met veulen zyn , grinneken minst van allen. Men kan in alle Paarden vyfderleie soorten van grinneken onderscheiden , die allen tot verschillende driften betrekkinge hebben. Voor eerst het grinneken uit blydschap, waarin het geluid zich langzaam doet hooren, ryst en met eenen scherpen toon eindigt; het beest slaat ten zelfden tyde agteruit, maar zeer zagtjes , en zonder oogmerk om iets te raaken. Ten tweeden het grinneken van verlangen, waarin het geluid zich langzaam doet hooren, en met zeer hooge toonen

ein-

Sluiten