is toegevoegd aan uw favorieten.

Des menschen begin, midden en einde.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88 'sMENSCHEN BEGIN,

Psalm I,

w

* » eigelukzalig is de man, die niet wandelt in den raad der godloozen, noch ftaat op den weg der zondaaren, noch zit in het geftoelte der fpotteren.

Maar zyn lult is in des HEEREN Wet, en hy overdenkt zyne Wet dag en nacht.

Want hy zal zyn als een boom, geplant aan waterbeeken, die zyne vrucht geeft in zynen tyd, en welkers blad niet af en valt, en al wat hy doet, zal wel gelukken,

Alzoo zyn de godloozen niet, maar als het kaf, dat de wind heenen dryft. _ Daarom zullen de godloozen niet beftaan in't gerichte, noch de zondaars in de vergaderinge der rechtvaardigen.

Want de HEERE kent den weg der rechtvaardigen , maar de weg der godloozen zal vergaan. Spreuken II: 10—15.

Als de wysheid in uw herte zal gekomen zyn, en de wetenfchap voor uwe ziele zal liefflyk zyn.

Zoo zal de bedachtzaamheid over u de wacht houden; de verftandigheid zal u behoeden.

Om u te redden van deii quaaden weg; van den man, die verkeerthcden fpreekt.

[Van de geenen] die de paden der oprechtigheid verhaten; om te gaan indewegenderduifterniffe.

_ Die blyde zyn in het kwaad doen; verheugen zïch_ in de verkeerdheden d^s kwaaden. _ Die welker paden verkeerd zyn; en afwykende in haare fpooren.

En Kapittel Xfl: 17.

De weg des dwaazen is recht in zyne oogen: maar die na raad hoort, is wys.

En Kapittel XVI: 17,

De baane der oprechten is van het kwaad af te wyken: hy behoed zyne zkle, die zynen weg bewaart. ^ De