Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 12 )

Hij is eens even agter gegaan, zeide eene deftige boerenvrouw, die naast de

zorgftoel zat. Zij zag mij aan met

de Phyfiognomie van medelijden , en

floeg voorts de ogen nederwaardts.

buurman B. gaf mij een ftoel.

Daar ik onkundig was van den aart dezes gezelfcbaps en even weinig wist, van wat fmaak de lieden waren , kwam het mij voor, dat het zwijgen mijne voorname bezigheid zijn moest , zo lange de

Heer A. agter bleef. de man fcheen

in waarheid eene grote boodfchap te hebben.

Onderwijl had ik b'j mij zeiven gelegenheid gehad om gisfingen te maken over het oogmerk dezer t'famenkomst en, ik zal zeggen, dat, de gedagte-—

het is zondag avond ■ en de overzie*

ning van een aantal luikende ogen , met nog eenige andere bijzonderheden , mij zo zeker Helden omtrent dit (luk, als of

mij

Sluiten