Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C %9 )

Men heeft mij wel eens tegengeworpen, dat het heter ware , om alle haatelijkheid en verwijdering voor te komen, dat men ieder liet behouden wat hij tegenwoordig heeft, en verder voor het toekomende allen op gelijken voet behandelde. Zekerlijk zoude dit het gemaklijkfte zijn, indien het met algemeen genoegen konde gefchieden , en niet weezen lijk de eene daardoor boven den anderen te veel bevoordeeld wierd. Maar juist van deezen kant befchouwd komt het mij onbillijk voor. Ik zal mijne redenen opgeeven.

1. Meene ik genoegzaam in het voorgaande te hebben aangetoond, dat de andere Gezindheden een weezenlijk recht hebben op haar aandeel in de Kerkelijke goederen. Haar dit aandeel te onthouden zoude buiten tegenfpraak onrechtvaardig weezen, indien zij 'er zelve niet vrijwillig van afzien ; iets hetgeen men met reden niet kan verwachten.

2. Zeer zeker is het, dat, op verre de meeste plaatzen, de toeftand der Roomschgezinde Gemeenten zeer fober is: zodat dezelve niet in ftaat zijn om haare Armen te onderhouden. De herhaalde Collecten , welke men reeds onder de oude Regeering den Roomfchen heeft moeten toeftaen, getuigen dit; en dat de omftandigheden nog niet voordeeliger zijn geworden kan men afleiden uit het onlangs gebeurde t<* Leeuwaarden ( iq). Indien hierin geene verandering kome, zal men genoodzaakt weezen deeze Gemeenten al zeer dikwijls op die wijze te onderfteunen. Maar,

zeker-

(io ) Zie het Dagverbaal der Handelingen van de Rt' praefentanten des Vrijen Volks van Vriesland, van het jaar

1796. No. 13. hl. J74. 175. 178, 179* C 4

Sluiten