is toegevoegd aan uw favorieten.

Werken van het Amsteldamsch dicht- en letteröefenend genootschap

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PRIJSVERZEN. 61

Wel ligt verbeeldt zig hier Avaar, Dat zijn onleschbre dorst naar overvloed van fchatten, De deugd zij welke ik zing — waar voor ik 't fpeeltuig fnaar', Maar, hij verkrijge vrij al 't geen hij kan omvatten ,

Nooit fmaakt zijn ziel die kalme vreugd, Zo ongeftoord verknogt aan deez' verheven deugd; De zorg die hem verteert, zijn nimmer rustend woeDn Om klompen goud, is een veel zwaarer flavernij, Dan ooit de wreedfte turk zijn flaven deedt gevoelen ; Hij kent geen jnjiarltigheid; die haar betracht is vrij.

Deez', doör zijne oefning afgefloofd, Ontfpant den nijvren geest om nieuwe kracht te gairen; Door nijd noch naaberouw van zijne rust beroofd, Gevoelt hij 't ftreelendst lot en drukt de blijde fnaaren;

Of hij vermaakt zich bij 't gezin; Zelfs in de laage ftulp aêmt hij genoegens in, Die , fchuldloos, nuttig zijn; zijne afgezonderde uuren, Verftandig uitgekipt, getuigen d'eelften fmaak; Ver dat hij 's naasten heil, wangunftig, zou bcgluurcn , Is hun geluk het zijne en weldoen zijn vermaak.

W:lt