is toegevoegd aan uw favorieten.

Werken van het Amsteldamsch dicht- en letteröefenend genootschap

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.ja PRIJSVERZEN.

Nu kennen we onzen waaren pligt j Een wil des eeuwigen; 't vermogen onzer zielen; Paar weifelende vrees met blinde dwaaling zwicht, Verrijkt gij onzen geest; leert ge ons verftandig knielen* Hoe mild vergast gij 't vroom gemoed l De Godsvriend ftaêg belust op 't onwaardeerbaar zoet Dat de openbaaring fchenkt, kan zich op 't ruimst verzaaden^ Hij, door u voorgelicht, ontdekt verborgenheên; Gij flerkt zijn liefde en hoop-, op s'werelds donkrc paden j Daagt voor hem 't vrolijk licht, zo kan hij veilig treên.

Maar hier, hier is uw eindpaal niet; Onfchatbrc Naarftigheid! gij hecrscht in hooger kringen5 In 't rijk der zaügheön hebt ge uw volmaakt gebied, En woont in 't juichend hart der vlugge hcmcllingen.

Eens gaat de christen daar ter feest; Eene eeuwge werkzaamheid is *t rustpunt van zijn' geest, Bij de eindeloozc vreugd zal de onderzoeklust groeijen ; Met cnglenwetenfchap flapt hij van zon tot zon ; Zo blijft zijn reine borst in hemel-wellust glocijen, Deze eindigt, als gij zelf, in aller wezens bron,

Uhommt ejt né pour agir. Thomas ; Devoirs de la Societi.

JACOB.