is toegevoegd aan je favorieten.

Prijsverhandelingen uitgegeeven door het tael- en dichtlievend genootschap [...] Kunst wordt door arbeid verkregen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over den STTJL der POËZIJ. Ql

e Godt, wien ge riekt in bloem en kruid; „ Godt, zvien ge proeft in zvijn en koor en; » En nochtans hebt uit 't oog verhoren.

„ 6 Domheid, die een Ezel fluit!"

Oppervlakkig heeft dit Couplet veel aanvalligs; maar roept men het gezond verftand tot richter, zoo verminderr het niet weinig. Met fchijnt uit het hart te koomen, (en foortgehjke fchilderingen, willen ze waarlijk Poëtisch zijn, kan het hart alleen opleveren,) en ondeitusfchen is alles te werktuiglijk, dat men niet zoude ontdekken, dat een bedaard overleg er de werkmeester van zij: waarom moesten hier de vijf zinnen in werking gebragt worden? Levert het ook niet een terug-ftootend denkbeeld op: God te rieken en te proeven ? Welk een valsch fchoon bij een zoo voortreflijken Dichter!

vSchoon is dit Couplet van feith, in zijne Ode aan God (w).

„ o Ziel! o Middenpunt t o Bron f „ Van al zvat is en zal beginnen,

„ Van 't oeverzand, en van de zon, „ Van zuormen , en van cherubtnnen;

„ Groot, God! in 't flof, bij 't flromend licht „ Naauzv zigtbaar voor de fiervelingen!

„ Groot, God.' in 't vlammend aangezicht „ Der Englen, die uzv troon omringen:

» Groot,

O) h het IV, deel van 'tLeydfcha Taal- en Dichtl. Genoatf.