is toegevoegd aan je favorieten.

Prijsverhandelingen uitgegeeven door het tael- en dichtlievend genootschap [...] Kunst wordt door arbeid verkregen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER DEN STIJL DER POËZIJ. P3

„ . * Kas' met mij

„ De voeten van uil' Heer; befproeit, beft roeit die vrij m Met uwe traanen.

En vervolgens dus keurig:

„ Vermeng, vermeng

„ Uw teedre traanen, met de traanen die ik pleng.

Dit zij genoeg om te bewijzen , hoe deeze foort van herhaaling natuurlijk en fraai gebruikt worde in uitdrukkingen, van hooggaande droefheid, door welke zich de toeftand eener vertederde ziel ten duidelijkfte openbaart: de Toneeldichter, die het menfchelij*ke hart in duizend verfcheidene toeflanden weet te befludeeren, die zich in die zijner perzoonaaadjen weet te verplaatzen , zal 't aan geen vermoogen mangelen, om zijne caracters, dichterlijk, en teevens in hunne gefteldbeden , natuurlijk te doen fpreeken ; zoo geldt dan ook deeze Figuur, in alle fterke gemoedsaandoeningen: men hoore vondel (a):

„ Och Abfalon, mijn zoon, hoe vreesde ik voor dien toght! „ Och Abfalon, och of ik voor u f erven moghtl „ Och Alfaion , mijn zoon, dewaardfievan mijne erven, „ Gaf God, och Abfalon, dat ik voor u moght flerven! „ Natuur, hoe pijnt ge ons hart! gewelt! geicelt l gewelf !

En

(a) David herflelt, Bed. 5. T. 2.