Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEOORDEELING. 133

lijk zijn, als men een' beurtzang in Coupletten van eene andere maat verdeelde, dat men in 't midden van cm Couplet een zangfhikje deed ophouden? Jmmcrs behoorden de Zangers beurtelings een Couplet (of twee, óf meer geheele Coupletten achter een) te zingen, ten zij het Dichtfr.uk zoodaanig ingericht ware, dat de tweede t'elkens den eerfte, die beftendig een half Couplet zingt, vervangt, en deszelfs begin voltooid. En wat zijn onze vaerzen anders dan aaneengefchakelde Coupletten van twee vnerzen? Bij de Romeinen, en in alle rijmlooze Dichtwerken, maakt ieder vaers (*) een geheel op zich-zelf: 't is daar bij gevolg, dat een beurtzang oneven vaerzen hebben kan ; maar in berijmde (lukken is dit even zoo goed als of men den zanger in het midden van een vaers deed ophouden, 't welk zekerlijk niet licht iemands goedkeuring vinden zal. Iets anders is het in Toneelftukken, of eenvoudige Herderskouten ; maar een zangfluk, als zoodaanig, den Herderin den mond gelegd, dient een zangfluk te zijn, en eene volkomene harmonie op te leveren.

Ik zou echter om deeze algemeene aanmerking geen' Dichter voor Pindus vierfchaar willen daagen. Daar zijn Herdersbeurtzangen genoeg voor handen , welke allen verwondering afperfen, zonder dat deeze gelijkmaatigheid daarin waargenomen is. Ik wil alleen

(*) Men verfia dit van de hexametri, en alleen met opzichte tot de maat en rijtfuniis; niet tot de betekenis of den zin der woorden.

P 5

Sluiten