Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234 BEOORDEELING. leen aan 't onpartijdig oordeel overgelaten hebben of de betrachting hier van , het Dichtwerkje niet meer waarfchijnlijkheid bijzet, en dus volmaakter doet zijn Opmerkelijk is ten deezen opzichte zekere Herderszang, getijteld b^a,*^, de achtfte in getal, van den Lieflijken Theokritus, in welken de voor- en naredenen in de gewone mate, doch de beurtzangen, in gehjfce famenkoppeüngen van treurdicht gebracht zijn; en ieder zanger zijn' taak met eenen flotzang van een gelijk getal Ileldenvaerzen bcfluit; welke regelmatig, heid het flukje, in zich-zelf bevallig, alïerbehaagJijkst maakr.

Het zou een nu.ttelooze arbeid zijn, voor de kun. digc vergadering, VOor welke ik de eer heb deeze mijne bedenkingen voor te draagen, het oogpunt aan te wijzen, waar uit een ftukje van deezen aart befchouvvd moet worden. \ Zou nutteloos zijn hier te zeggen dat Minnezangen eene zachtheid ademen moeten, welke zelfs in het algemeen aan het Herdersdicht eigen is. 'c Lijdt meer bedenken , of de navolging van 't voorbeeld mooge afwijken, en hoe verre die verwijdering geoorloofd zij ? Die op de onderfchcidene eigenfehappen der taaien let, befeft dat veele uitdrukkingen, zeer veele woordfpeelingen niet over te brengen zijn; dat men fommige woorden niet dan door omfchrijving kan vertolken; dat een woord, in eene taal gangbaar, een denkbeeld of zaak kan betekenen, te laag om geduld te worden. En heeft dit plaats inde vertaaling, zoo kan men der navolgingligt eeuige meerdere ruimte toellaan. Voor de fei-

len,

Sluiten