is toegevoegd aan uw favorieten.

Gods grootheid in de wonderbaare schoonheden der natuur. Heldendicht.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9g GODS GROOTHEID in oe

Maar wie toch zijt gij, die het eerst aan uwe handen

Geleerd hebt, zulk eendier, zoo vreeslijk, aanteranden?

't Is al vervaarlijk wat het bij en aan zich heeft.

Hoe heeft door kouden fchrik het hart u wel gebeefd!

Doch door de hoop op winst geftreeld, hebt gij begonnen

Dien hachelijken ftrijd, en 't fchrikdier overwonnen.

Gij fcheidt den kop reeds van den ijsfelijken romp;

Dat klein gedeelte houdt ge, en laat dien grooten klomp

Op 't ftrand, ter prooi van zee en ongeftuime winden.

Uit zijne tanden zult ge uw' buit en voordeel vinden;

Europa vlamt reeds op dien kostelijken buit!

Maar welk een hoorn fteekt daar, aan zijnen kop, vooruit?

Dit 's dubble winst voor u. Dit mes fnijdt aan twee kanten. Gansch Aziën geeft uit zijn ftrijdbaare Olifanten, Die puikgedierten van den morgenlandfchen troon, Geen blank ivoor zoo wit, geen elpenbeen zoo fchoon.

Men zoufchier zeggen dat de zee, de vruchtbaare aarde Naarbootfend, al wat zij daar ziet van kunst of waarde, Wil overneemen, en naarvolgen, van het ruim Des aardrijks, op haar groen en ongemeeten fchtrim. Al wat ons 't aardrijk toont in fraaie kunsttafreelen, Wil ze in gelijken graad ons oog ook mededeelen.

'k Zie