Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SCHOONHEDEN der NATUUR. Vierde Gezang. 227 Wiens zonderlinge loof (c) bevalt aan keurige oogen: Die allen harden grond kunt voor uw' groei gedoogen, En nooit verftoord zijt op een kunstgeleerde hand, En welk een foort van grond zij ook uw telgjes plant. In hoeveel foorten zijn uw vruchten onderfcheién! In 't vruchtbaar land, waarlangs met zijne waterreien De vlugge Duran (d) loopt en vrolijk fpeelen gaat, Is haar volkoomenheid in d' allerhoogften graad.

Doch boven alles heen in uwe frisfche velden: 6 Stad (e) , die voormaals door de Phocatifche helden (f)

In

(O Wiens zonderlinge loof] Het blad van een* Vijgeboom beeft 7 of 8 duimen in zijn' omtrek; is donker groen van kleur, ruw in het aanraaken. en hier en daar rond en boogachtig uitgehold. Als men het doorfnijdt, geeft het een zeer melkachtig en fcherp inbijtend fap.

(d) De vlugge Duran] Een Rivier, die oorfpronglijk in het Dauphiné, en loopende door Provence, valt in de Rhone.

{e) 6 Stad, ] De vijgen van Provence, en inzonderheid die van het gebied van Marfeille, verdienen, door derzelver zter goeden fmaak, den voorrang dien men haar algemeen feeefc, boven diö van andere landftreeken.

(ƒ') De Phocatifche helden] De Gefchiedenis leert ons, dat de Phociërs, een volk van Joniën, zich in 't Züidercieel van Frankrijk neergezet, en daar Marfeille gebouwd hebben, onder de regeering' van Ta r q u ij n den ouden, in het jaar der weereld 34'coen vóöfc Christus 590/.

P »

Sluiten