Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORNAAMSTE ZAAKEN. 507,

Zon doet taanen. Vlekken in de Maan, hoe en waardoor. Redenen en gisfing, dat de Maan bevolkt zoude zijn. 53 &?ƒ<??. Maatfchappij ( menfchelijke) waar in dezelve beftaat, en in welke onderfcheidene foorten. 459Hoe de,goede orde daar ook in verbroóken wordt, en waardoor ze ftaande blijft. 460. & feq. 't Woeden van kwaade driften is haar ten vijand. 463. & feqHoe ze door Kunften en Weetenfchappen bloeiende blijft. 469.

a • • A

Malphicius, eerfte uitvinder

: van den loop der fappen in Plantgewasfen en Vruchten. 217.

Man, een wijs en rechtvaardig man in zijn doen en handel befchreeven. 447. 6? feq-

Marfeille > Lof van die beroemde Stad. 227. & feq-

Mast- of Dennebeomen: in Duitschlani en nog koudere Landen groeien ze best. Behalven goede planken, en Masten voor Schepen, brengen ze ook Olie uit de 'zaaden, en Harst uit de fchorsfen voort. 240. 6? feq-

Meetkunde, (Geometrie) hoe uit'geftrekt ze is. 472.

Melkweg, een ontelbaar getal Sterren , die eenen blankachtigen ftreek in het hoogfte gedeelte des firmaments maakende, dadröm aldus wordt genoemd. Deszelfs afftand onbekend. 64. & feq-

Meloenen, beur aart en lieflijke 'fmaak befchreeven. 211.

Mensch; Gods Schepping van den mensch vertoond. Befchrijving zijner Oogen, Voorhoofd, Neus en Mond: voorts van alle des*zelfs uitterlijke Licbaamsdeelen. 369. &? feq. Deszelfs inwendige deelen; nutte overëenkoomst en gevoeglijke welge¬

pastheid daarvan in 't algemeen befchouwd. Van de Maag, derzelver kooking , voedend fap en geesten ter verfterking. ilid. De omloop des bloeds befchreeven, en door vergelijking befchouwd. De Long, haar werking en in- en uitwaasfeming der Lucht nagefpoord. De inwendige ftrijd van Water, Vuuren Luchtdeelen in den Mensch , hoe wonderbaar door God geleid, ter behoudenis onzer leevensdagen. 372. iS feq. 's Menfchen Ziel en Lichaamsverëeniging, en hoe ze elkander onderling beftuuren. 'sLichaams magt op de Ziel, en door wat middelen. 376. £ƒ feq- Natuurlijke kracht der Zinnen, en derzelver werkingen onderzocht. De leevensgeesten ; vanwaar hun begin en voortgang. Hoe in derzelver werkingen door de Ziel befluurd. En met welke oplettendheid. 380. £? feq. Ziels gebied, en noodige werkingen op het Lichaam. Door voorbeelden bekrachtigd. En hoe gelukkig die werkzaamheden zijn, als ze wél beftuurd worden. 384. è? feq. Het eigenlijke wezen of de natuur der Ziele is niet volkoomen bekend. Doch we weeten dat ze vol van denkingskracht is. 387. & feq- Hoe de zinnen die kracht gaande en werkzaam houden. Doch echter geene volkoomene meesterfchap, door de voorwerpen, die ze ontvangen, over de Ziel voeren. 391. (ffeq. Oorfprong der Droomen. De zuiverfte gedachten worden door God inden mensch gebragt. 3941

&feq. Van de drie groote

eigenfchappen der ziele. 397= Als:

I. Het

Sluiten