Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

So8

BLADWIJZER der

1. Het Verftand, waaraan eigen is Verbeelding en Geheugen. Hoe deleevensgeesten 'tgrootrte deel In de Verbeelding maaken. Hoe het er meê afloopt, als ze zwaar 1 en dof zijn; en boe als ze fijn, en vuuriichtig zijn; doch wat te veel van het iaatite hebbende, hoe gevaarlijk er dan de uitwerkingen van zijn. Dit wordt alles door voorbeelden geftaafd. 398. <J feq. 't Geheugen , hoe en door wat middelen 't in ons koomt, en in de hersfenen in rang geprent wordt. Hoe de welgeftelde hersfenen, 't beste deel er in hebben. Hoe ouderdom en drank het geheugen doet vervallen. 410. (f feq. 11. Het Oordeel, moet weezen minnelijk en rechtvaardig; in billijkheid beflisfende, en naar waaiheid. En met duidelijk begrip Vonnis doen hooren. In dit alles gefterkt zijnde door de gezonde Reden. Hoe het goede Oordeel alle Schrijvers, inzonderheidde Dichters, leiden moet. Hetzelve is de beste Wetgever van Staat, en Voorzitter in Raadsvergaderingen , doch moet geen neiging meêr ter ctsner dan ter andere zijde hebben. 410. (j>feq. III. De Wil, heeft zijne keuze vrij. En behoudt die alzoo: want naar de uitwerking dier keiize wordt de mensch geftraft ofte beloond. 421. £?ƒ??. Mensch (de) als een Lid 'der famenleeving befchouwd. 441.458 De Reden als een richtfinoer des leevens hem gefchonken, hoe dierbaar en noodzaakelijk hem dezelve is. Waardoor er 't bederf in kwam. 442. &feq Verkeerde Eigenliefde, hoe vreeslijk ze in den Mensch werkt. En hoe delleden} van den Mensch

tot hulp wordende geroepen, gereed is, om al wat kwaad is, te verbeteren. 448. & feq. Befpiegehng van den ftaat onzer bedorvene Natuur, en de heriteiling daarvan door den Heiland der weereld. ibid. Hoe we daardoor zegepraalende kunnen zijn. 454- & feq. Hartstogten en kwaade neigingen te bedwingen en te overmeesteren. 457. De Mensch als een gebieder over alle het voor hem gefchapene befchouwd 4S8. Hoe hij in de Maatfchapptj beftaat. Door wat kwaad hij haare goede orde verbreekt: en door wat middelen weder herftelt. Voorbeelden daarvan. 459. &feq. Hoe „ood. wendig de naarftigheid in den mensch is. En wat nog al voor hem verborgen is. Niettemin is er nog genoeg over voor zijne bedenkingen. 468 tjfeq. Schets, van een oprecht' mensch. 478. er Jeq. De meesten zoeken het geluk op eene verkeerde wijze. Wie en wat foorten er al van veritooken zijn. En bij wat foort hetzelve te vinden is; en door W„at "l'^e'en men 'er toekoomt, 482. feq. *

Menfchen , moogen het Vee wel gebruiken, doch vooral niet misbruiken, alzoo het min aan wanbedrijf fchuldig is dan de mensch zelf. 356.

Middelmaat, te houden in alles: g?/.™1 SeIukkiê gevolg. 49r.'

Müren hoe vernielende voor Vrucht- en inzonderheid Oranjeboomen ze zijn. 219. Haare naarltigheid befchreeven. Wat' A l-

nROVANOUS , jonston,

Reaumur en andere van deeze diertjes denken. 315. &? feq.

Ministers,

Sluiten