is toegevoegd aan uw favorieten.

Dichtlievende verlustigingen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

na GEDICHTEN.

'k Zie dankbaar vast te rag op de afgeloopen jaaren. Hoe hebt gy 't bitterst leed, dat me immer is weérvaaren, Met milden troost verzoet! 'k Heb vriend en maag betreurd, En deugdzaame ouders; maar gy hebt my opgebeurd, 't Behaagde u,daar'k hun zorg en trouwen raad moest misfen, De zilte traanen van myne oogen af te wisfchem Hun blyde wisfeling van 't ydel aardsch genot Voor altoosduurend heil by u, hunn' Heer en God, Verleent gy telkens, met een welgegrond vertrouwen, In weerwil van myn fmart, my in den geest te aanfchouwen. Door u is toch 't geloof, dat, met gehoorzaamheid, . Op 's Heilands zoenbloed fleunt, genade toegezeid.

'k Bevond allengs my van droefgeestigheid ontheven En door uw goedheid van gcnoeglykheên omgeeven. Ileeft, my tot oogvermaak, de lente niet in 't rond Haar bloemen uitgeftrooid ? niet 's aardryks vetten grond Bekleed met weelig groen, dat graazend vee moet voeden, Om, zuivelryk, ook my voor 't naar gebrek te hoeden? Waar breidde zy haar hand voor my, in heilzaam kruid, By ziekte of grievend wee, niet ter geneezing uit?

Het