Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan die oprechtheid, aan die vroome en reine zeden, AI merken van zyn deugd, en blyven wel te vreden By 't misfen van een' man die zoo veel deugds bezat, Ten waar' by hem geen deugd in grysheid waarde had ? Zoo is de Vriendfchap niet. Hoe fpade hy mogt fterven, Zy kan zoo waard een' vriend niet zonder droefheid derven. De Godsvrucht, die bedaard geen togten voedfel geeft, Gevoelt toch watze ontbeert, nu Hy heeft uitgeleefd In wien ze, door 't Geloof dat in zyn harte woonde, Ter eerc van haar' God den waaren Christen toonde. En zou de Dichtkunst, die zoo ligtlyk gaande raakt, En lucht voor driften zoekt wier gloed haar' boezem blaakt, Nu ongevoelig zyn, of flil haar klagten fmooren ? Daartoe heeftze al te veel in haar' de bosch verloren. Zy klaage wat vermaak, wat luister haar ontbreekt Riet Hem, die, door haar-zelf gekoesterd en gekweekt, Weleer gelyk een roos in haaren bloemhof praalde, In rypen leefftand haar op keurig ooft onthaalde,

En

Sluiten