Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

amsterdamsch genootschap der heelkunde. 2 6*5

zelfde fchrijver van twee onderfte lipkankers, die beiden weggenomen werden, en waarvan de lijders fpoedig genazen ; doch eenigen tijd daarna onder de kin weder voordkwamen, woedend uitborsten , en den dood aanbragten.

p e t i t (<?) nam den kanker uit de borst eener vijftigjaarigc lijderesfe weg»; twee maanden daarna openbaarde zig eene hevige pijn aan den hiel, waarop zwelling van het been en eariè's volgden; men nam toen ook: het been weg; „ Dan „ er kwam door de pijp , uit het merg, een -„ kankerachtig uitwas, dat in weinig tijds een ft zeer aahmerkelijken voordgang maakte ; het „ werd hard , pijnlijk , zwart en (tinkende, uit„ werpende eene zo groote menigte dun ftink-

vocht, dat de lijderes bezweek en ftierf."

ulhoorn (f) verhaalt van eene vrouw uit Zwol, welke, de kanker in dé borst hebbende, Zo van hem als van de toenmaals beroemdfte Arnflerdamfche Heelmeesters, van de operatie werd afgeraden , doch dezelve echter liet verrichten, "met dat ongelukkig gevolg , dat het gebrek op nieuw woedend uitborst , en den dood aanbragt: -„ Zo het nodig ware," zegt deeze Heelartz wij,wf*}o«r:%d sh al v tu . l:£

(«) petit, Ziekten der Beenderen, i D. bl. 242. (fc) ulhoorn, Aant. op de Heelk. Onderw. vm u

H *?.*?«■». 2 ö-.bU^o. ., ST W^, i, . - 'rjM

Sluiten