Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AMSTERDAMSCH GENOOTSCHAP DER HEELKUNDE. 267

gemarteld. Op eene andere plaats (d) zegt hij: Eene kankerachtige mam werd, door een „ zeer kundig Heelmeester, afgezet, en dit „ gedaan zijnde, zag men in 't midden der wonde „ een aschgraauw vlekjen: de genezing der wonde „ ging gelukkig voord , en de oppervlakte was „ reeds bijna met een lidteken bedekt: toen „ begon die vlekjen opterijzen , in grootte toe„ teneemen, en tot eene welige klomp uitgebreid „ te worden, welke met groote kwaadaartigheid ,, woedde, en alle nabijliggende deelen verteerde, „ tot de ellendige lijderes ftierf" — een ander Heelmeester , zegt hij verder , had den kanker uic de borst weggenomen, en toen alles zeer gelukkiglijk fcheen uittevallen, kwam er, op den veertienden dag, een fpasmus cynicus, daarna een tetanus, en eindelijk de dood.

§. 224,

Genoeg — waar zoude ik eindigen , wilde ik alle de ongelukkige gevolgen, welken het uitfnijden van den kanker , ten allen tijden, heeft opgeleverd, aanftippen? — gevolgen, die onvermijdelijk uit den waaren kanker altoos moeten yoordvloejen: dit behoeft geene nadere ophelde-

(d) van s wisten, Comm. in Aph. boerh., j. 505,

Sluiten