Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OveryJJelfche Gedenkjlukken Hde Stuk. 29

.klaaring van den misdaader daar in plaats kon hebben, waar door hy in gevaar van zyn leeven geraakte (c). Daarom, als op het begin der zaake gedoeld wordt; gelyk in den Landbrief van Biftchop David van Burgdndien van den jaare 1478 (d): dan wordt eene keurbaare wonde, dat is, die eene by het Statuit bepaalde diepte en lengte heeft, tegengefteld aan zaaken, die aan het lyf draagen; om datze van zei ven niet droeg aan het lyf maar aan de hand. Doch, in dien zelfden Landbrief van Bifchop David, worden, op eene andere plaats (e) , keurbaare wonden wederom, in den eerftgemelden zin , geteld onder misdaaden, die aan het lyf draagen. Het onderfcheid tuffchen de grootte der wonden is by de Saxers en voords ook by ons gemaakt; hoewel de aangehaalde Conftitutie van Keizer Frederik den Eerften daar van niet meldt, maar alleen eene bloedftorting vereifcht.

Winhof op de aangehaalde plaatfen geeft duidelyk te kennen, dat het voorzeide recht, om lyfftraffe of geldbreuke wegens Keurbaare wonden, en, in't gemeen , daar de klagten gemengd waaren, te kunnen vorderen, ten zynen tyde, dat is, omtrent het begin der Spaanfche troebelen , hier nog plaats had. Zo wordt ook in eenen Brief, betreffende de Heerlykheid Zallik, van den jaare 1547 , gemeld van breuken, die aan het hoogfte, dat is het lyf; en die aan de rechter hand gaan. Onder N. 5. De ftraffe derhal ven van Keurbaare wonden en meer andere Injuri» en, waar op in oude wetten eene verbeurte van de

hand

(c) Winhof Deel III. art. 8 en in not. achter art. 17. Saxenspiegel lib. I. art. 67. £? 68. in GloJJ.

(d) Winhof Deel III. att. 4.

(e) Winhof Deel III. art. 19.

Sluiten