is toegevoegd aan uw favorieten.

Overysselsche gedenkstukken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïo4 Overyjjelfcïté Gedenkjlukken Ilde Stuk.

kend (a), grenzende, van ouds af, aan Zalland, Twente en het Graaffchap Bentheim : is aldaar niet gemeld ; om dat ze niet door den Bifchop is verkreegen, en haare byzondere gefleldheid eene afzonderIyke betrachting vordert. Myn oogmerk is niet om aan de verdienften der Deductie, die over de rechten deezer Heerlykheid, in den jaare 1749, in druk is uitgegaan, iets te onttrekken. Maar ik zal het recht deezer Heerlykheid trachten te verhaalen uit grondbeginfelen, die my voorkomen het zelve beft te doen kennen. Hier toe loopen verfcheiden ftoffen te iamen, waar van ik derhalven in dit Hoofddeel melden moet.

In het eerfte Hoofddeel (b) is gefproken van de Heerlykheden , door de Frankifche Koningen of Keizeren, of ook door hunne op volgeren, in het Duitfche Ryk, aan Heeren gefchonken; alwaar is verhaald, dat de Heeren , door die gefchenken, den Rechtsdwang over die Heerlykheden verkreegen : dat alle Rechtsdwang onder het gefchenk begreepen wierd: dat deeze Heeren, zo wel als de Graaven, boven den Rechtsdwang, Regalien verkreegen hebben , betreffende de Regeering van het land hunner Heerlykheid en voordeel, daar aan verknocht: en dat zy dit alles bezaten; fchoon zy daar mede onderworpen bleeven aan het Ryk. Byzonder ook is aldaar gemeld van Heerlykheden in het Hertogdom Sa» xen , waar in dit geweft gelegen was. Zulk eene Heerlykheid is Almelo; wier Heer, volgens de Hukken , gevoegd by de gedrukte Deductie deezer Heerlykheid, zodane rechten bezit. Ook blykt daar uit,

dat

(a) Mr. Jung. Cod. diplom, pro hijl. Benth. n. 61. in mü, p. 123 ö' 114W n. 5. 6. £f 7.