is toegevoegd aan uw favorieten.

Naspooringen aangaande de oönlogie, of Eierkunde en de oorspronkelijke voortteeling van menschen en beesten.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOENDER-EIEREN. 65

te befchilderen; of, gelijk de Hottentotten in Afrika, zig dik met Vet, en Zwartzel beltrijken en befmeeren, dit niet zo zeer cieraadshalven doen, om git Zwart te zijn, gelijk men doorgaans wil, maar dat zij die fmeeringen gebruiken of aanwenden, om de al te groore uitwaazemingen hunner ligchaamen te beletten, en daar door wijslijk en wèl een te groot verlies hunner vogten tragten voor te koomen.

Het zij hier meede zo het zij, ik zie intusfchen met opzigt tot het versch bewaaren van Hoender -Eieren, t'elken jaare een eenvoudiger, en meer met de Natuur overeenkoomend middel, zoo het fchijnt, met den besten uitflag ten mijnen huize gebruiken, en het welk mij daar door meer van nabij, en hier door zeekerer bekend is. — Men plaatst de Eieren, die in de Lente, en vooral die in den Herfst - tijd zijn gelegd, tot gewoonen winter voorraad, in gewoone Rekjes, maar elk op zijn punt, of keegelvormig deel; en wèl in een koele plaats, buiten tocht, en laat die, zo lang zij ftrek. ken, in die holligheeden blijven hangen, zonder dezelve om te keeren, 'c welk veelen anders zo noodig keuren, en zonder 'er verder hand of vinger aan te raaken. En ik mag elk verzeekeren, dat deeze Eieren rersch, en in een goede hoeveelheid van E een