Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over HEBREEN XIII: v?. 20, 21. 21

God des Vredes hen mogt volmaaken in allen goeden werke. Hij had geen grooter blijdfehap, dan dat het der Gemeente mogt wel gaan,en dat Jefus en zijn Vader verheerlijkt wierden. En gemerkt deeze twee dingen daar door uitgewerkt wierden, dat zij den Heere welbehagelijk wandelden in allen goeden werke: zo fmeekt de liefderijke Apostel dit voor 't laatst, dat God zelf , van wiens zegenenden invloed zij in alles afhingen, die genade aan hun mogt te koste leggen , dat zij bekwaam gemaakt wierden in allen goeden werke, dat Gods Geest in hun werken mogt het gene Hem welbehagelijk is. — Daar had hij toe gearbeid, daar toe dienden alle zijne vermaaningen, welke hij hun telkens, welke hij hun ook nog in deezen Brief gegecven had. Die wenscht , die vertrouwt hij, dat niet vruchteloos zijn zouden; maar gezegend zouden worden ter bevordering van hun wezenlijk heil. Terwijl hij niet zou ophouden voor hun te bidden, en het heil te fmeeken van Hem , die het alleen fchenken konde. Aan dien God geeft hij ook alleen de eer van het goede, dat door zijne godvruchtige pogingen was te wege gebragt.

TOEPASSING.

Geliefde Gemeente! de wijze en goedertierene God , de Opperherder der Schaapen, onze Heer Jefus Christus, heeft mij zijnen geringen Dienaar B 3 voor

Sluiten