Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over de Misdaaden en derzelver Straffen. 29

IX.

Het geen den Schryver in de volgende afdeeling voordraagt, is zo gefield, dat ik weinig ofte niets daar tegen vind in te brengen Het grootste gedeelte van dat geene, het welk hy §. 8. - 24. voorbrengt, is voortreffelyk, en met het oogmerk van het Boek volkomen overeenkomende : en wanneer al iets van hetzelve eenige beöordeeling nodig had , zo kan ik my doch die niet aantrekken , maar moet zulks aan de beoeffenaars der Rechtsgeleerdheid overlaten ; alzo dat geene , het welk hy tegen de wetten , en byzonderlyk tegen de Roomfche en tegen de Gerichts-gebruiken opgeeft, alléén van die geene regt beoordeeld worden kan, die van beide genoegfaame kennis hebben. Van deeze foort komt my voor byzonder dat geene te zyn, het welk hy tegen de Fynbank en tegen de Gerichts-pleging met betrekking tot dezelve aanhaald : want hoewel hy niet weinig gronden bijbrengt, waar door dit even zo fchrikkelyk als bedriegelyk middel, om de waarheid uit te persfchen (ji) in het algemeen

(«) 'Dit óórdeel'óver de Pynbank zullen alle Rechtsgeleerden nier. billyken ; want daar worden 'er noch hedendaagfch gevonden , welke het fmertelyk vak, deeze oude gehuisveflcFurie baar afscheid te geven, en die byzonder niet toeftemmen willen , dat dit middel, ora de waarheid te ontdekken, zo bedriege-

lyk

Sluiten