is toegevoegd aan uw favorieten.

Wysgeerig onderzoek, wegens Neerlands opkomst, bloei, en welvaard; het daarop gevolgd verval, en wat de nog overgeblevene middelen van herstel zijn.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE HOOFDSTUK. 443

tot heden toe geforceerde Geldligtingen van Holland heb afgekeurd, en op §. 106. een minder fchadelijk Plan heb opgegeven. Als het op de welvaard van het Vaderland aankomt, vermag men niet te zwijgen, voor al in een tijd daar men ziet dat de Nationale Vergadering zich beijvert, en met genoegen alle voorftellen tot Herftel aanneemt.

Tot Herftel van §. 79. is het te hoopen, dat wanneer onze Oostindifche Bezittingen en Westindifche Colonien onder een Politiek beftuur komen, zij beeter befcherming mogen genieten dan voorheen. Het belang van dien is zo gewigtig, dat zo wij onze Oost- en Westindifche Bezittingen kwijt geraaken, of de voordeelen daar van moeten misfen, wij dan met weinige Volken in Europa een acliven Handel zullen kunnen blijven drijven. Ik refereere mij dienaangaande aan het gene ik van §. 63. tot 65. omtrent het belang derzelven heb aangeweezen. Alle aanmoedigingen en onderfteuningen zijn hier van het uiterfte gewigt. Maar hier doet zich een gewigtige vraag op, daar de Leer der Vrijheid en Rechten der Menschheid, nu door ons erkend worden, of wij in naavolging der Franr

fchen

Omtrent le Slaven.