is toegevoegd aan uw favorieten.

Wysgeerig onderzoek, wegens Neerlands opkomst, bloei, en welvaard; het daarop gevolgd verval, en wat de nog overgeblevene middelen van herstel zijn.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

446 VIERDE HOOFDSTUK.

op hoedaanige voorwaarde en loon, deze vrij geworden Slaven bij hunne Meesters in dienst konden blijven , want het belang der Color nien vordert, dat de Landbouw aldaar, hier door niet verwaarloosd, maar met des te meer lust en ijver aangekweekt worde, om dat anders die Vrijverklaaring, daar de meeste rijkdom van de Plantagien in Slaven beftaan, haare Meesters (de vrij geworden Slaven hun verlaatende) arm, en de Geldfchieters op hunne Goederen Capitaal en In.teresfen kwijt zouden geraaken. De Vrijverklaaring der Slaven is dierhalven hoe prijzelijk in.zich zelve, wel waardig overdagt te worden, om met wijsheid en voorzichtigheid ter uitvoer te brengen, ter verhoeding van anders onbereekenbaare fchadens.

$• '38*

Dat de Koophandel nimmer bloeien kan, zo lang er binnenlandfche Stapelrechten of Tollen plaats hebben, leert de Ondervindig. De affchaffing van dezelve is dus noodzaakelijk bij alle middelen van Herftel. Alle Landen alwaar zulks plaats heeft, bederven hun eigen .Koophandel, en van daar dat de Rhijnfche Wijnen, die zo een bloeiënden aftiven Handel

voor

Voor Jeelen van vernietiging van Tollen.