Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C i44 )

groot geworden , te lang de fpeclbal van de heersclizucht der Graaven geftrekt hadt. Wij hebben die edele die onbaatzuchtige liefde voor onze broeders gekoesterd, die met verzaaking van allen eigenbelang, eene gercede opoffering van goed , lijf en leeven vordert. Wij zagen in het oogenblik, toen de algemeene nood perste, niets dan het algemeen gevaar onzer broederen, wij kenden geene betrekkingen, dan die van de maatfchappij , waar aan wij door de algemeene banden van burgerliefde verknocht waren; en bij den noodkreet der felbeklemde ftad , fchooten wij als één man het harnas aan. Wij toogen na die platgebeukte , befmette en uitgehongerde wallen, maar de weifelende kans des oorlogs verijdelde onze edele, onze onbaatzuchtige poo-

gin-

Sluiten