Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T W E È D Ë B R I E Ë.

Édelen , gelykelyk önder de Edelen van ieder Kwartier verdeeld. Het laatfte wordt zo weinig door dit bewezen, als door één def andere voorbeelden, die onze Schryver daar toe heeft gemeend te ftrekken, gelyk het vervolg U zal doen blyken.

Het zelfde ftuk onder de Letter D. vertoont ons een Kwartiersvergadering, in 1564. gehouden, om zig met de andere Leden van de Provincie gezamentlyk te verzetten tegen één dier hatelyke Plakaten, door welker middel het hof den ouden vorm van wetgeving poogde te ondermynen. Van den zelfden aart zyn de handelingen van de jaren 1553? ^SHi en 1565, door onzen Schryver (bl. 35—37-) aangetogen. Men raadpleegde in deeze omHandigheden , het is waar , Kwartiers wyze over het inftellen van vertoogen tegen de inbreuken , die de Spaanfche Regering op de regten van Volk en Staten zogt te maken: doch wat heeft dit te doen met de wyze van ftemmen ter Staatsvergadering, wanneer het 'er op aankwam om de wetgevende magt te oeffenen ? De Ridderfchap en de Steden kunnen in deze gevallen niet befchouwd worden , als vertoonende de Oppermagt des Lands. Dezelven komen hier alleen voor als Leden van het zelfde Ligchaam, welken zig verbinden ter handhaving van hunne oude regten en voorregten. Tot het oeffenen van de wetgevende magt toch werd zo wel de toeftemming van den Landsheer , of deszelfs Stadhouder , vereifcht, als die van Ridderfchap en Steden; Zie Racer, Óverysf. Gedenkft.

In-

Sluiten