Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IJ2 Fan de Zeevogels.

wijl ze- hun voedzel ia de Zee moeten zoeken. Ee* foort van Duiker (Coaliumbus awitius) maakt een drijvend neft in het riet; Naar Gunners opgave , leggen ze twee Zeegroene eieren met verfcheide donker bruine vlakken, die niet volkomen zo groot- zijn als Ganzen eieren.. , DeImmer (Columbus ImmerJ een. foprt ..uit.r.dit,, geftaeht, heeft een fterke fcherpe fneb,. ert,, wanneer hij opgevloogen is kan hij zich zeer goed in.de 'lucht omdijaaijen. Dit was voor deezen vogel noodig, wijl hij zich beftendig op de Yszee ophoudt waar. de wind altijd ftormt, en waar hij zich met visfehen geueeren moet. Zijne vederen en dons zijn zo goed, zo digt en zo zagt dat niet alleen de hagel daar op zijne kracht verheft, maar.ook kogels verzwakken, wanneer men den vogel van vooren febiet. En hun, oog is zo fcherp', dat ze plotfling onderduiken, en in weinig oogenblikkeu eenige musketfehooten ver van den oever zijn, van waar men op hen mikte. Men noemt hem ook de Adventvugel t wijl'men hem in Noorwegen nooit op het land ziet, dan in de vierde Advent week, weinige dagen voor kersmis. Voor hem is dus de Zee, met, ijs en fneeuw bedekt, het aangenaamfte verblijf, en de God der Natuur is daadlyk met zijne liefde en voorzorge tegenwoordig. Zij hebben zulk dik bont, dat de Yslanders zich daar uit kleeden voor de borft, en mntzen -voor het hoofd maaken. Tot twee maaien is een vogel uit dit geflacht naar Pruisfchen, gevlogen. Gelyk deeze vogel voor de koude oorden beftemd is, zo zijn 'er daar tegen weer andere Zeevogels, die nooit buiren heete landen komen, en zich altijd tusfehen de keerkringen ophouden. Aan de Phaetons (Phaeion Aeihercus) die zich altijd bij de fchepen ophouden , en zeer hoog vliegen, als of ze zich wilden verheffen tot daar, waar de dichters der oude waereld Phaeton met zijn' wagen deeden rijden, weeten de Zeevaarende dat zij Indië genaderd zijn. In alle waerelddeelen heeft de Natuur; het geüacht der vogels-

Sluiten