Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wijze inrichtingen der Natuur. 15

over, en meende dat hij geen eigenlijke grasfoorten of volkomen gewasfen overgeflagen had. En echter is de vlijt deezes mans nog door het zeldzame geluk eenes L;itijnfchcnSchoolleeraars overtroffen. Favrod, Schoolleeraar in het vlek Oesch in 't Sanenland, dat tot het Canton Bern behoort, heeft nog in zijn oord kruiden gevonden, die Hall er niet heeft, en die Likn^us dus nog veel minder konde kennen. Tot verbaazing zijner landgenoten heeft deeze man in zijn' kleinen omtrek een kruidtuin aangelegd, die van de boeren even als zijn bezitter, den naam van den Latijnfchen bekomen heeft , wijl zij dikwijls hoorden dat de gewasfen in het Latijn genoemd wierden. De bergen zijn daar gedeeltelijk zo fteil, dat het vee ze niet kan beklimmen. Nogthans verheerlijkt de Natuur zich ook op deeze klippen, en laat 'er planten wasfen, waar van men hooi voor den winter heeft. Het moet nogthans wanneer het gedord en gedroogd is, in groote hoopen te famen gebonden den tijd, wanneer alles, en dus ook deeze bergen, met fneeuw en ijs bedekt zijn, afwachten. Als dan zet 'er zich iemand op, en glijdt 'er mede af met veel minder levensgevaar, dan wanneer hij dit in den zomer, op den droogen berg wilde doen. Even gelijk men in Tyrol de zakken met erts van de hooge bergen naar beneden brengt. Wat vindt het verftand met uit, en wat waagt demensch niet, wanneer hem de nood dwingt, de nood, die ons de Schepper wijslijk toewoog, op dat de wetenfchappen meer en meer aangekweekt, en de kunsten langs hoe volkomener zouden worden, In dit zelfde land leeven de landlieden nog naar de zeden der oudfte menfehen. Het zijn wezenlijke Nomaden, of menfehen die om hunne veefokkerij beftendig rondtrekken, en zich nn hier, dan daar, waar ze een goede weide vinden, ophouden. Hunne wooning is rasch afgebroken, en in korten tijd weder opgefla-

gen.

Sluiten