Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ZEDE EN STAATKUNDE. 29

léggen dier verfchillen was een verdrag, en de eerbiediging des eigendoms was gegrond op de goede trouw.

ïntusfeben waren deeze verdragen maar gefchikt, om de oogenbiikkelijke oorzaaken der verfchillen uit den weg te ruimen ■ 'er ontftonden nieuwe om-enigheden, ten opzigte van welke in het voorig verdrag geene bepaaling gevonden wierd: nieuwe oorlogen waren dus onvermijdelijk, en deezen dceden uit hunnen aart alle rechten van eigendom ophouden.

Eindigde een deezcr oorlogen met den gebcelcn ondergang van een , der ftrijdende volkeren of Jstaaten, zo verviel alle denkbeeld van eigendom ten hunnen opzigte: maar 't eigendom der magtigeren, die hun vernoegen , wierden daardoor niet zekerder of juister bepaald: —— was daarentegen de kans onder hun zo gelijk, dat zij beiden nog als onafhangelijk van elkander vrede maakten, dan wierd deeze vrede waarfchijniijk een aanhangfel op het wetboek van hun volkenrecht: en alleen door een reeks van zodanige bloedige procesfen onder de volken, zoude eindelijk een genoegzaam aantal van oordeelen en rechterlijke beflisfingen gelegenheid kunnen geeven, om eene vriendelijke afdoening van gelijke verfchillen in 't toekomende mogelijk te maaken; met ijder nadere en naauwkeuriger bepaaling der eigendommen moest ook het recht den eigenaar toegekend in waarde toeneemen.

De gefchiedenis van 't recht van eigendom in 't

ge-

Sluiten