is toegevoegd aan je favorieten.

Verhandelingen van het Bataviaasch genootschap, der kunsten en weetenschappen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sadjara Radja Djawa. 185

hongerig dan worde ik 'er in-verzadigd. (£)

De Koning hernam hier op , ik ben na ccnigen tyd niet wel geweest:' koom, laat my 'er eens in gaan. Zeer goed! iprak daar op Aria Banjak Wh ,>: want al wat ik bezittc, behoort den Koning in eigendom;

De Vprst derhalven, geen kwaad vermoedende , ging 'er aanftonds in: en zoo draaHay 'er in was , floot Aria Banjak ÏVide de deur van gemelde Koentara, maakte de kamer rondom gloeiend, en toen 'er de Koning half gebraaden uitgehaald was , wierp hy hem in de rivier Crawang. De Vorst deeze wreedheid ondergaande, vroeg hem, wat hy toch mlsdreeven hadt, dathy, Heeren Vorst zynde, op^zulke eene wreede wyze mishandeld wierdt? Maar Aria Banjak ÏVide antwoordde daar op: die fchuldigismoet bctaalen; en die van iemand iets geleend

(fe) Peeze laafite eigenfehap vnn de yzeren kamer vinde ik onbegrypelyk. TVlislchien zal dit in het :avaansch iets anders beduiden en Zyne betrekking hebben op den minnehandel. In 'z vervolg van dn Boek leezc ik noch iets vau een yzeren vertrek: 't geentot een gevangenisft; vetftrekte.

JU Deel- N